‘Pleidooi voor een meervoudige identiteit’, in: Kenteringen 3 (2005) 5, 9-10.

Het thema religie is in het ‘seculiere’ Nederland terug van weggeweest. Noodgedwongen. Mohammed B, een jonge extremistische moslim, in Nederland geboren en getogen, vermoordde de cineast en schrijver Theo van Gogh op klaarlichte dag op straat in Amsterdam. Op het lichaam van Van Gogh had hij een aan de VVD politica Hirsi Ali gerichte brief achtergelaten: haar doodvonnis met verwijzingen naar teksten uit de koran.

Hirsi Ali’s uitlatingen over de islam en de film Submission werden door islamitische Nederlanders als zware belediging ervaren. De sfeer in Nederland werd steeds grimmiger, bedreigingen waren aan de orde van de dag met als triest hoogtepunt de brute moord op Van Gogh. Als reactie erop werd op verschillende plaatsen in Nederland brand gesticht in moskeeën, islamitische scholen en kerken. Het buitenland keek vol ongeloof naar Nederland, het vermeende toonbeeld van tolerantie en openheid.


Wij en zij
Net als na de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika, wordt na de moord op Van Gogh alleen nog in groepen gedacht – in wij de autochtonen en zij de allochtonen, meer bepaald de moslims. Er worden leuzen geroepen als: stuur ze terug naar hun eigen land als ze zich hier niet willen aanpassen! Daarbij voor het gemak vergetend dat “ze” vaak in het bezit zijn van een Nederlands paspoort of zelfs in Nederland zijn geboren en getogen en dat de meesten er gewoon leven en werken, niet meer of minder aangepast dan iedere andere Nederlander. Toch regeert momenteel de angst voor de islam ‘die ons allen zal overheersen’ en is er nauwelijks ruimte voor nuance.

Angst en onzekerheid hebben tot gevolg dat wij ons afbakenen ten opzichte van de ander en teruggrijpen op overgeleverde traditionele normen en waarden. Waar haal je anders zekerheid vandaan in onzekere tijden? De eigen Nederlandse identiteit hervinden staat hoog in het vaandel, want blijkbaar weten Nederlanders, in tegenstelling tot de nieuwkomers, niet wie ze zijn. Er worden verwoede pogingen ondernomen om het nationale identiteitsbesef op te vijzelen, bijvoorbeeld met behulp van de nationale tv quiz: wie is de grootste Nederlander aller tijden? Niet ‘Willem van Oranje’ of ‘Vadertje Drees’ luidde daarop het antwoord van de kijkers, maar Pim Fortuyn – het enfant terrible van de Nederlandse politiek, eveneens kort geleden vermoord vanwege zijn politieke uitlatingen en overtuiging. Een sterke Nederlandse identiteit moet weer worden opgebouwd, een canon van de vaderlandse geschiedenis moet worden opgesteld, want alleen zo kun je andere levensovertuigingen en -beschouwingen het hoofd bieden en een weg vinden in de jungle van culturele en religieuze diversiteit. Niet alleen Nederland kiest voor deze aanpak. Ook in andere Europese landen valt de roep om een sterke identiteit in crisistijd te bespeuren.

Migratie en meervoudige identiteiten
Toch is het propageren van een sterke Nederlandse – of laten we het in breder verband zien – van een Europese identiteit gestoeld op historische wortels mijns inziens niet de juiste weg. De oude culturele en religieuze kaart van Europa ligt al lang bij het oud papier. Het cultuurconcept van de moderniteit uit de zeventiende en achttiende eeuw, waarin de eigenheid en eenheid van volkeren werd benadrukt, en het daarmee samenhangende gevoel van verbondenheid, heeft in het tijdperk van de mondialisering moeten plaatsmaken voor culturele en religieuze verscheidenheid. De ander die vijftig jaar geleden nog op een veilige afstand bleef, is door de mondialisering en de daarmee samenhangende migratie onze buurman of buurvrouw geworden. Of wij dat nu prettig vinden of niet, de realiteit is dat een derde van de inwoners van Frankfurt geen Duits paspoort heeft en dat bijna een derde van de bevolking van Londen van Aziatische of Afro-Caribische afkomst is. Parijs is de op twee na grootste ‘Portugese’ stad. En Rotterdam nadert de Canadese stad Toronto, waarvan 44 procent van de inwoners van buitenlandse afkomst is.

Het Human Development Rapport 2004 van de VN-ontwikkelingsorganisatie United Nations Development Programme (UNDP) toont aan dat in de laatste decennia van de twintigste eeuw een van de grootste migratiegolven uit de geschiedenis van de mensheid heeft plaatsgevonden. Tussen 1980 en 2000 steeg het aantal immigranten dat uit Azië, Afrika en de Amerikaanse continenten naar de Europese Unie kwam met 75 procent. In Noord-Amerika groeide in die tijd het aantal buitenlanders van 14 naar 36 miljoen. Dat is een stijging van 145 procent. Het rapport wijst erop dat deze migratiegolf gepaard ging met revolutionaire veranderingen in de technologiesector. Overal ter wereld zijn migranten vandaag de dag in staat om dubbele of meervoudige identiteiten te ontwikkelen. Zij bouwen een nieuwe identiteit op in hun nieuwe thuisland en houden tegelijk vast aan de identiteit van hun land van herkomst via de nieuwste technologische communicatiekanalen en transportmogelijkheden.

De auteurs van het rapport menen, dat landen die immigranten opnemen geen assimilatie van hen moeten verwachten. In plaats daarvan moeten immigratielanden zich openstellen voor deze nieuwe meervoudige identiteitsvorming en politieke maatregelen nemen, zoals bijvoorbeeld het toestaan van twee paspoorten. Iemand kan Turk en Nederlander zijn. Meervoudige identiteiten zijn een feit in een dynamisch geworden wereld, zo stelt het rapport. Wie meent dat deze ontwikkelingen van voorbijgaande aard zijn of dat zij te stoppen zijn, vergist zich. Zij zijn inherent aan de mondialisering die eerder zal toenemen dan afnemen. Het ‘omarmen van diversiteit’ is volgens het rapport dan ook de enige duurzame weg naar stabiliteit, vrede en democratie.

Of/of versus en/en
Deze ontwikkeling heeft niet alleen gevolgen voor de culturele, maar ook voor de religieuze identiteit van mensen. Via immigranten komt men niet alleen in aanraking met verschillende culturen, maar ook met een diversiteit aan geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen. Er zijn al mensen die zich met meer dan één religieuze traditie verbonden voelen. In Azië is dit niet nieuw is, maar in de westerse christelijke wereld zorgt dit voor heftige theologische en dogmatische discussies. De Koreaanse theologe Chung Hyun Kyung riep tijdens de conferentie van de Wereldraad van Kerken in Canberra (1991) in haar toespraak de geesten aan van diegenen die in de geschiedenis onrecht is aangedaan. De geest van Hagar, van Uria, van Jefta’s dochter, van Jeanne d’Arc en van vele anderen, die het slachtoffer van kolonialisme, fascisme, racisme en seksisme werden. Chung legde uit dat men in Korea gelooft dat mensen die een onrechtvaardige dood zijn gestorven han-geesten worden. Het is de verantwoordelijkheid van de levenden naar deze han-geesten te luisteren en het onrecht dat deze mensen werd aangedaan te herstellen. Deze han-geesten zijn volgens Chung de iconen van de heilige geest en ze hebben de functie de stem van de heilige geest te laten klinken.

In het westen verweet men haar zich te bezondigen aan ‘syncretisme’, de vermenging van elementen uit verschillende religies. Het christelijke mono-denken dat één God, één Christus en één Heilige Geest voorstaat en daaruit één universele waarheidsclaim weet af te leiden, is een van de pijlers van het christendom. Je bent of christen, of moslim, of jood, of boeddhist, of humanist. Je kunt je tot een andere religie bekeren, maar een meervoudige religieuze identiteit is ondenkbaar. Op grond van dit mono-denken, in combinatie met de ideologie van de superioriteit van het blanke ras, blikt Europa terug op een geschiedenis van kolonialisme, van onderdrukking van andere volkeren met behulp van godsdienstige en cultureel-politieke overtuigingen. In de visie op en het omgaan met de ander, zoals die in het huidige publieke debat over de integratie van mensen uit andere culturen en met andere religieuze levensovertuigingen gestalte krijgt, wordt duidelijk dat er nog steeds geen radicale breuk met deze koloniale denkstructuren heeft plaatsgevonden. 

Ik ben ervan overtuigd dat het ‘omarmen van diversiteit’, de weg van de toekomst is. Dit vooronderstelt wel de bereidheid de vreemde niet alleen te tolereren, maar in zijn anders-zijn te ontmoeten en met respect, verwondering, nieuwsgierigheid en empathie tegemoet te treden. Het is daarbij een vereiste ons eigen denken te dekolonialiseren door een statische opvatting van identiteit, die mensen binnen een of/of schema in ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ indeelt, open te breken. Een meervoudige culturele en religieuze identiteit toelaten, betekent ruimte maken voor een denken in en/en, waarin de onderlinge verschillen niet als bedreiging maar als een verrijking worden gezien.


Literatuur:

Manuela Kalsky, Een veelgelovig bestaan. Ethisch handelen en interreligieuze dialoog, in:
M. Kalsky, A. Lascaris, L. Oosterveen, I. van der Spek (red.), 
Ons rakelings nabij. Gedaanteveranderingen van God en geloof
, Meinema 2005, 94-109.

Manuela Kalsky, Vreemd-gaan als deugd. Gedachten over ‘de vreemde’ in postkoloniaal perspectief, in:
M. Kalsky, B. Leijnse, L. Oosterveen (red.), Het heil op de hielen. Over de belofte van het vervulde leven, Meinema 2003, 95-113.

primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721