In: Friesch Dagblad, 11 april 2006, pag. 2.

Gelijkheidsdwang werkt averechts in pluriforme samenleving. Wie ben ik, wie is de ander, wanneer en waarom vormen we een bedreiging voor elkaar?
Theologe Manuela Kalsky signaleert onzekerheid onder de bevolking van West-Europa. En dat niet alleen vanwege de aanslagen van 11 september 2001. Het ‘omarmen van diversiteit’ is volgens haar de weg van de toekomst.

De onzekerheid die vandaag de dag heerst onder de bevolking van West-Europa is een reactie op ontwikkelingen die zich vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw hebben voltrokken. Eén van die ontwikkelingen, die een bijna nostalgisch verlangen naar zekerheid en geborgenheid aanwakkert en daarmee de roep naar een nationale identiteit in de West-Europese landen versterkt, is de globalisering en de daarmee wereldwijd verbonden migratiebeweging. Europa is inmiddels een immigratiegebied, waarin mensen van verschillende culturen en religies leven.
Prettig of niet, de realiteit is dat een derde van de inwoners van Frankfurt geen Duits paspoort heeft en dat bijna een derde van de bevolking van Londen van Aziatische of Afro-Caribische afkomst is. Parijs is de op twee na grootste ‘Portugese’ stad. En Rotterdam nadert de Canadese stad Toronto, waarvan 44 procent van de inwoners van buitenlandse afkomst is. De ander, de vreemde die vijftig jaar geleden nog op een veilige afstand bleef, is onze buurman of buurvrouw geworden. Hoe moet je met elkaar samenleven?, is nu de brandende vraag.
Naïef
Evenals sommige anderen denk ik dat het ‘omarmen van diversiteit’ de weg van de toekomst is. Dit standpunt is op dit moment niet populair. Velen vinden het naïef, zwak en wereldvreemd om voor een multi-etnische en multireligieuze Nederlandse samenleving op te komen, gezien het dreigende gevaar van ‘terroristische aanslagen’ op onze westerse verlichtingsidealen. Ik vind het daarentegen eerder van realiteitszin getuigen, als je accepteert dat je met mensen uit andere culturen en uit andere religieuze tradities die in Nederland leven samen aan een vreedzame samenleving wilt bouwen. Angst is dan een slechte raadgever. Gevoel én verstand zijn dan gevraagd, en met alle hoogoplopende emoties van de laatste jaren in Nederland zou ik ervoor willen pleiten om deze twee weer dichter bij elkaar te brengen.
 

Ik denk dat wij ons nuchter de vraag moeten stellen, hoe wij elkaar recht kunnen doen. Hoe kunnen wij de voor ons ‘vreemde’ in zijn eigenheid begrijpen, zonder hem of haar te willen annexeren? Hoe kunnen wij gemeenschappelijkheden ontdekken en samen aan een vreedzame samenleving bouwen, zonder de distantie te verliezen, om verschillen te onderkennen en te erkennen? Hoe kunnen wij - mannen en vrouwen uit verschillende culturen en met verschillende levensovertuigingen - zonder dwang en met erkenning voor elkaars waarden samenleven?

De Duitse theoloog en missioloog Theo Sundermeier heeft hier mijns inziens behartigenswaardige dingen over gezegd. Hij leefde vele jaren in Afrika en heeft zich als hoogleraar aan de universiteit van Heidelberg uitvoerig met het vraagstuk van de interculturele communicatie beziggehouden. Sundermeier meent dat de ontmoeting met ‘de vreemde’ in de westerse traditie vooral werd gebruikt voor het vinden van de eigen identiteit. In onze omgang met de vreemde onderscheidt hij drie modellen:

Het eerste noemt hij het ‘gelijkheidsmodel’. We zien ‘de vreemde’ als gelijk aan ons, als een mens, waarmee te communiceren valt. Als dat niet zo is, moet diegene door opvoeding, religie en civilisatie tot mens worden gemaakt, aldus het devies van bijvoorbeeld de Spaanse dominicaan Bartholomé de Las Casas (1484- 1566), die Columbus op zijn tweede reis naar Amerika begeleidde en bekend staat als ‘de apostel van de indianen’. Deze koloniale manier van het zien van de ‘vreemde’, die het anders-zijn van de ander buiten beschouwing laat, behoort nog niet tot het verleden. In de huidige discussie over integratie is dit standpunt zeer herkenbaar: De ander moet zo zijn of worden als wij, assimilatie luidt het devies.

Het tweede model in de omgang met de ander noemt Sundermeier het ‘alteriteitsmodel’. Daarin wordt de ander als ‘gans anders’ gezien en daardoor of bedreigend of zo exotisch aantrekkelijk dat hij of zij mij mijn eigen cultuur doet vergeten en ik de overstap naar een andere cultuur of religie maak.

En tot slot het derde model van ‘de complementariteit’. Hier noemt Sundermeier drie reacties op de ontmoeting met de vreemde: a) ‘De vreemde’ wijst je op je eigen tekorten. Hij of zij vult je aan in je verlangen naar heelwording. De ander wordt toegeëigend en geïncorporeerd.

De ontmoeting met de ander is gericht op de verrijking van jezelf. b) De ander is een omweg om bij jezelf te komen. Hij/zij dient als spiegel van je eigen zelf. Het ‘jij’ versterkt het ‘ik’. De poging tot het verstaan van de ander is door de egocentrische waarneming van het eigen ik als subject gefilterd. Wel heeft deze ontmoeting tot gevolg, dat het ‘ik’ verandert. c) Het ‘ik’ wordt door het ‘jij’ geconstitueerd. Hier hoor je de joodse geleerde Martin Buber met zijn dialogisch principe op de achtergrond. Maar meent Sundermeier: Het ‘jij’ moet dan wel als vreemd en niet slechts als aanvullend worden gezien. Ethiek wordt hier door alteriteit - door anders- zijn - bepaald, zoals dat ook bij de Franse filosoof Levinas het geval is. Alhoewel Sundermeier bij Levinas de asymmetrische verhouding tussen het ik en de ander bekritiseert, blijven de opvattingen van Buber en Levinas voor zijn eigen weg om de ander te verstaan toonaangevend.

Sympathie
In de visie van Sundermeier wordt niet het ‘recht op beledigen’ bepleit, zoals Hirsi Ali dat kort geleden nog in een vurig pleidooi opeiste, maar het beoefenen van ‘de kunst van de empathie’, het zich verplaatsen in de situatie van de ander, wat bijdraagt tot wederzijdse ‘sympathie’. Empathie en sympathie mogen het verschil tussen het ‘ik’ en de ‘ander’ niet opheffen, maar zij maken het mogelijk de ander te zien, zonder hem of haar tot jezelf te willen herleiden. Zij hoeven niet hetzelfde te worden als ik ben. Het verschil tussen het ik en de ander moet juist worden bewaard. Pas als we hebben geleerd in de vreemde niet alleen onszelf te zoeken en het vreemde niet langer alleen als het vreemde in onszelf te zien, maar de vreemde als vreemde waar te nemen, kan het begrijpen beginnen, meent Sundermeier.

Mij lijkt dit inzicht van wezenlijk belang in de omgang met ‘de vreemde’ in onze samenleving. Het vraag veel van ons, vooral een grote mate aan zelfreflectie en zelfkritiek. Wil je je beperkte blik door die ander laten verruimen? Wil je je eigen horizon verbreden en afstappen van het idee dat jouw wereldvisie de enig ware is? Wil je je naaste liefhebben als jezelf – om maar een bijbelse waarde in de omgang met elkaar te noemen - dan zul je je ook altijd de empathische vraag moeten stellen: wat doen mijn uitspraken met de ander?

Het lijkt mij vruchtbaar om op de door Sundermeier ingeslagen weg van een ‘hermeneutiek van de vreemde’ verder te gaan en de door hem genoemde voorwaarden voor de omgang met elkaar: respect, verwondering, empathie en sympathie verder te doordenken. Ik zie zijn ideeën als mogelijke concrete invullingen van het advies in het Human Development Rapport 2004 van de Verenigde Naties, om ‘diversiteit te omarmen’, zonder daarbij buiten beschouwing te laten hoe moeilijk deze opdracht is. Zij vraagt om een revisie van onze denkstructuren en daarmee om het loslaten van opgebouwde zekerheden, alhoewel juist nu onze eerste impuls is om ons aan overgeleverde zekerheden vast te klampen. We kunnen niet terug naar het overzichtelijke verleden, we moeten een visie voor de toekomst ontwikkelen, temidden van een verwarrende diversiteit.

Dr. M. Kalsky is directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving in Nijmegen.
Dit is een bewerking van een lezing die ze onlangs hield.
In: Friesch Dagblad, 11 april 2006, pag. 2.
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721