In: Reformatorisch Dagblad, 2 april 2015

Er ligt een nieuwe wij-zij-tegenstelling in de Nederlandse samenleving op de loer, vreest prof. dr. Manuela Kalsky.
Om constructief met levensbeschouwelijke diversiteit om te kunnen gaan, is er een verandering in ons denkpatroon nodig. We moeten niet langer gevangen blijven in een of-of-denken maar een en-en-benadering toepassen.


Wat denkt u als u een ander ziet die duidelijk niet uit hetzelfde nest komt als uzelf? Die een andere huidskleur heeft, een ander geloof aanhangt of atheïst is, een andere taal spreekt, een man in vrouwenkleren wellicht, iemand in boerka of met een diep decolleté, met een hoofddoek of kaal met tatoeages, iemand met een zwaar Pools accent of iemand die op het strand van Zandvoort een kuil graaft?


Ik vermoed dat velen zich nu betrapt voelen omdat acuut alle mogelijke stereotypen en clichés in ons hoofd de revue passeren. Ter geruststelling: hoe graag we het misschien ook anders zouden willen, niemand is vrij van vooroordelen ten aanzien van ”de ander”. Stereotypen zijn uitermate hardnekkig. En clichés steken graag de kop op als we toch al niet zo lekker in ons vel zitten en onzekerheid over ons bestaan op de loer ligt. Het geeft zo’n lekker wij-gevoel als je dan de schuld gewoon bij de ander kunt leggen. Of het allemaal waar is, doet er dan niet zo veel toe. Iemand wordt de zondebok, die uitgedreven moet worden, zoals de Franse literatuurwetenschapper en cultureel antropoloog René Girard ons duidelijk heeft gemaakt. Je maakt iemand of een hele groep tot zondebok om de crisis in de eigen groep te bezweren.

Maar hoe doorbreek je vooroordelen en onderlinge rivaliteit, voordat er een situatie ontstaat die mogelijk escaleert in geweld? Hoe kun je wij-zij-tegenstellingen overbruggen en aan een samenleving bouwen waarin mensen met verschillende culturele en levensbeschouwelijke achtergronden vreedzaam en plezierig samenleven?

Vaak worden deze vragen samengevat onder de noemer: Wat bindt ons ondanks alle verschillen? Ik zou de vraag liever anders willen formuleren: Hoe kunnen we onze onderlinge verschillen vruchtbaar maken en onze gemeenschappelijkheden versterken? Want beide aspecten verdienen de aandacht. Omwille van de harmonie laat men vaak liever het benoemen van verschillen achterwege en ligt de nadruk op de overeenkomsten, de gemeenschappelijkheden. Een verkeerde aanpak. Want pas als je weet waarin je verschilt en waarom dat zo is, kun je ook gerichter over een oplossing nadenken voor problemen die mogelijk juist vanuit het verschil in voelen, denken en handelen voortkomen. Het klopt, onbekend maakt onbemind; je weet niet wat er achter die manier van handelen zit.

Het interessante is namelijk –en ook dat inzicht komt van René Girard– dat vaak niet het verschil het probleem is, maar juist het streven allemaal hetzelfde te willen worden of naar hetzelfde te verlangen. U kent het principe: twee kinderen worden in een ruimte gezet met heel veel speelgoed. En uitgerekend die ene rode auto waar het ene kind op afstevent, die moet het andere kind nu ook juist hebben – met ruzie tot gevolg.

Ontsluieren
De moraal van het verhaal: juist als je allebei hetzelfde wilt bezitten of wilt zijn, liggen conflict en geweld op de loer.

Daarom is de erkenning van het verschil tussen mij en de ander in de onderlinge ontmoeting zo belangrijk. Probeer de ander in zijn eigenheid te zien en niet hem of haar tot jezelf te herleiden. Misschien ligt hier het grootste probleem met het verlichtingsdenken, dat suggereert alles en iedereen te kunnen doordringen, te kunnen ontsluieren. Zou het kunnen dat we daarom in West-Europa zo fel op een gesluierde vrouw reageren en de boerka in de ban willen doen? Uiteraard ligt dit vraagstuk complexer. Maar het valt me op dat alles wat ondoorzichtig en geheimzinnig is, tegenwoordig als bedreiging wordt gezien – en dat geldt niet alleen voor de boerka maar ook voor religie.

Terwijl het bij onze Duitse buren vrij gewoon is dat een theoloog als expert op het gebied van levensbeschouwing met andere wetenschappers en politici om de tafel zit om de problemen in het publieke domein te bediscussiëren en samen naar oplossingen te zoeken, wordt in Nederland het contact tussen politiek en religieuze groeperingen angstvallig gemeden. De scheiding tussen kerk en staat wordt in stelling gebracht, alsof agnosten, atheïsten en humanisten niet net zo goed hun visie op een bepaalde levensbeschouwing baseren. Duidelijk is dat het niet alleen noodzakelijk is bruggen te bouwen tussen de pandit, de dominee, de imam en de rabbi, maar ook tussen het seculiere en het gelovige deel van de bevolking. Er ligt namelijk een nieuwe wij-zij-tegenstelling in de Nederlandse samenleving op de loer en ik heb de stellige indruk dat het seculiere deel van de bevolking op dit moment met een grotere geloofsijver tegen de gelovigen tekeergaat dan andersom het geval is.

Verwondering
Om constructief met levensbeschouwelijke diversiteit om te kunnen gaan, is er een verandering in ons denkpatroon nodig. We moeten niet langer gevangen blijven in een of-of-denken maar een en-en-benadering toepassen.

Ook al is de dagelijkse werkelijkheid om ons heen allang pluriform, ons denken is nog steeds geprogrammeerd op eenheid en het geloof in één waarheid. Maar we zullen er niet aan ontkomen verscheidenheid in ons denken en in onze opvatting over identiteit een centralere plaats te geven. Nu al blijkt dat de in het verleden gangbare oplossingen voor problemen in een multiculturele en multireligieuze samenleving niet langer het gewenste effect opleveren. We zullen dus moeten leren leven met verschil. En om dat te kunnen, zullen noties zoals openheid en nieuwsgierigheid, het afbouwen van angst en wantrouwen gecultiveerd moeten worden. Een optimistische kijk op de toekomst, creativiteit en flexibiliteit zijn daarbij onontbeerlijke ingrediënten. Vragen, angsten en wensen toelaten, meer over elkaar willen weten en vooral: je verwonderen.

De Duitse theoloog Theo Sundermeier, die vele jaren in Afrika heeft geleefd en zich als hoogleraar aan de universiteit van Heidelberg uitvoerig met het vraagstuk van de interculturele communicatie bezig heeft gehouden, verwoordt het belang van verwondering als volgt: „In de verwondering sta ik open voor het geringe, het onaanzienlijke en ontdek erin andersheid, schoonheid, veelvoud. Wie verwonderd is, kan dissonanten gelaten verdragen en zoekt niet te snel naar harmonie. Want ook de dissonant hoort bij de volheid van het leven.”

De auteur is directeur van het Dominicaans Studiecentrum en bekleedt als bijzonder hoogleraar de Edward Schillebeeckxleerstoel voor theologie en samenleving aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel is een bewerking van een lezing die zij vorige week hield in Oegstgeest.

primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721