Monic Slingerland − 08/04/09, 00:00 Bron: Trouw
Dit jaar vallen Pesach en Pasen samen. Eeuwenlang dienden Joden zich in de Paastijd verborgen te houden.

Christenen zagen hen als de moordenaars van Jezus Christus. Al delen jodendom en christendom dezelfde verhalen van schepping en profeten, ze stonden tegenover elkaar.
Rabbijn Elisa Klapheck heeft daar een andere kijk op. „Het moderne jodendom en het christendom zijn beide voortgekomen uit de Joodse gemeenschap, ten tijde van het Romeinse Rijk. In die tijd ontstonden er nieuwe religieuze bewegingen. Een ervan is het christendom. De andere is het jodendom van de Talmoed, de rabbijnse literatuur.”
Een van de verhalen van de Midrasj, onderdeel van de Talmoed, gaat over een mislukte uittocht uit Egypte, vertelt Elisa Klapheck. Joden en christenen kennen vaak alleen het verhaal van de geslaagde uittocht: het volk Israël was als slaven gevangen in Egypte en ontsnapte, onder het oog van God, via een lange en barre tocht door de woestijn. Joods Pasen herdenkt het begin van deze uittocht, met een ritueel maal met kippenbotje, bittere kruiden en ongegist brood.

Vóór die echte uittocht is er ook een mislukte poging tot ontsnappen geweest, verhaalt de Midrasj. Elisa Klapheck vertelt: „Alleen de mannen van de stam Efraïm gingen weg, op eigen houtje. Ze namen alleen geld mee, want ze dachten dat ze onderweg wel alles wat ze nodig hadden konden kopen. Ze hadden dat precies berekend. Ze zijn niet ver gekomen. Hun gebeente is later in de woestijn gevonden. ”
Het verhaal van de mislukte uittocht zonder God vindt Elisa Klapheck heel toepasselijk voor de actualiteit. „De crisis van nu is ontstaan door geld en we denken dat we het met geld kunnen oplossen. Met eigen berekeningen en zonder hulp van God. Net als de mannen van Efraïm.”

Ook in het christelijke Paasverhaal gaat het om een uittocht, meent Manuela Kalsky, directeur van het Dominicaans Studiecentrum en hoofdredacteur van de website Nieuwwij.nl. „De uittocht uit de dood naar het leven.” Zij kan zich goed voorstellen dat het Paasverhaal, dat over de kruisiging van Jezus Christus en zijn opstanding uit de dood verhaalt, voor de moderne mens iets vreemds heeft. „Het is een gewelddadig verhaal over angst en dood, met als plot een voor ons moeilijk te begrijpen wending: de vermoorde staat op uit de dood. Voor mij is aan dit verhaal belangrijk dat het onrecht, de beul, niet het laatste woord krijgt. Daar waar alles al uitzichtloos leek, is er toch hoop. Het verhaal van Jezus en zijn vrienden gaat door. Hier ligt voor mij de boodschap van Pasen: Sta op uit de dood en kies voor het leven. Kom in opstand tegen geweld en onrecht. In het klein, in je eigen leven. Vertrek uit wat je levenloos maakt. Laat dat opstandingsverhaal doorgaan. Zo heeft Pasen een persoonlijke en een politieke boodschap.”

Waartegen moeten we dan nu in opstand komen? Manuela Kalsky: „Tegen alles waarmee je jezelf en de ander onrecht aandoet. De graaicultuur doet niet alleen onrecht aan wie er de dupe van wordt, maar ook aan jezelf, als je eraan meedoet. Spijt betuigen, zoals nu sommige bankdirecteuren doen, is een eerste stap. Maar uiteindelijk vraagt het om een andere levenshouding, om andere waarden in je leven dan alleen materiële. Wat de een doet, heeft altijd gevolgen voor een ander. Pasen is voor mij een moment om stil te staan bij de vraag wat werkelijk duurzaam van waarde is.”

Elisa Klapheck pleit voor een levenshouding waarin niet alles berekend wordt, maar ook ruimte is voor de onverwachte wending. „We weten wel dat we in een crisis zitten, maar we kunnen niet berekenen hoe we daaruit komen, of wanneer. Er is altijd de kans dat er iets onverwachts gebeurt en er op een heel andere manier een einde aan de crisis komt dan we nu menen te kunnen berekenen.
Om Egypte te kunnen overwinnen moesten de Israëlieten zich in de woestijn eerst ervan losmaken, zich bevrijden van het oude denken. Want in hun harten waren ze nog steeds slaven. Pas door die ontbinding kwam er iets nieuws.”

Met dat inzicht kijkt Elisa Klapheck naar de huidige crisis. „We zijn bezig de problemen door het falen van banken en bewinden op te lossen door megabanken op te richten en megastatenbonden, een soort modern Egypte, een modern Romeins Rijk. Maar we kunnen niet met oude methoden problemen van de oude orde oplossen. Er is ruimte nodig voor iets nieuws, iets waarvan we niet weten wat het is. We moeten niet fatalistisch afwachten, en blijven proberen, maar ook openstaan voor de onverwachte wending.”

Pesach is voor Elisa Klapheck een bevrijdingsverhaal. Waarvan moeten we bevrijd worden? „We zitten gevangen in de oude orde, wij zijn zelf de farao, de onderdrukkende heerser uit het verhaal van de uittocht. We hebben niet alleen de rol van slachtoffer, maar we hebben ook op onze eigen manier aan het oude systeem meegedaan. Ook dat lees je in het verhaal van de uittocht.”

„Op een simpele, legende-achtige manier vertelt het verhaal van de uittocht dat dat niet gaat met geld. De oplossing is het geheel andere, de onverwachte wending. Het verhaal vertelt ook dat dat niet meteen komt, dat geluk. Er zijn 49 dagen van Pesach tot aan het Joodse wekenfeest, voor de christenen Pinksteren. Dan pas is het echt feest. We moeten geduld hebben. Er zit een vertraging in. Ook kan er van alles mislukken voor we Egypte echt achter ons gelaten hebben. We zijn nog lang niet uit de crisis. We hebben te maken met krachten die we niet kennen.”

Manuela Kalsky meent dat het daarom nu belangrijk is eigentijdse opstandingsverhalen aan elkaar te vertellen. Daar ligt voor haar de verbinding van het verhaal van Pasen met onze kleine verhalen over dood en opstanding in ons leven nu. Geïnspireerd wordt ze daartoe door de eerste drie regels van een gedicht van Marie Luise Kaschnitz: „Soms staan we op / staan we op voor de opstanding / midden op de dag”
Manuela Kalsky: „De verbinding met het alledaagse vind ik belangrijk. Niet te verheven, niet te ver weg. Het gaat over de dingen van alledag. Zowel in het groot, met de wereldwijde crisis, als ook in je persoonlijke leven.”
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721