Monic Slingerland − 28/01/09, 00:00 Bron: Trouw
De verhouding tussen moslims en joden in Nederland zou vreedzaam moeten zijn, vindt minister Van der Laan. Elftalspelers Henk Leegte en Manuela Kalsky buigen zich over de vraag of dat wel kan, als die twee groepen in het Midden-Oosten in oorlog zijn.
Moslims en joden in Nederland moeten vreedzaam met elkaar omgaan, vindt minister Van der Laan voor wonen, wijken en integratie. Is zijn plan om de betrekkingen goed te houden tussen twee groepen die in Gaza oorlog voeren niet wat naïef? We leggen het voor aan twee specialisten van het theologisch elftal op dit gebied. Henk Leegte staat als doopsgezind predikant in de traditie van geweldloosheid tot elke prijs. Bovendien weet hij door de geschiedenis van de doopsgezinden hoe lang het kan duren om verschillen in cultuur en religie te overbruggen.
Manuela Kalsky is tegenwoordig directeur van niet alleen het dominicaans studiecentrum, maar ook van het project W!j, dat voor Van der Laans ministerie culturele en religieuze verschillen in de samenleving probeert te overbruggen.

Is Leegte enthousiast over het vredelievende plan van de minister? „Ik heb er wel wat vraagtekens bij, al vind ik het goed dat Van der Laan de boel bij elkaar probeert te houden. Maar met wie gaat hij eigenlijk praten. Met ’de joden’? Ik krijg die term moeilijk over mijn lippen. Met de moslims? Wie zijn dat? Weet hij wel met wie hij praat?”
Als de minister al met een gezelschap aan tafel komt te zitten, dan zou volgens Leegte het gesprek helder moeten maken dat moslims in Nederland zich wel heel sterk identificeren met slachtoffers aan Palestijnse kant. „Natuurlijk kun je niet onberoerd blijven bij die ellende. Het is ingewikkeld: 13 doden aan de ene kant, 1300 aan de andere. Maar toch, al te sterke solidariteit kan een gevangenis worden.”
Hoe ziet die gevangenis eruit, volgens Leegte? „Het betekent dat je als moslim van het Mercatorplein in Amsterdam niet meer ziet dat je geen inwoner bent van Gaza-stad. Het conflict daar is anders dan het conflict hier. Dat moet helder zijn.”

Volgens Manuela Kalsky kan dat niet meer, onderscheid maken tussen de spanningen tussen Israëliërs en Palestijnen in het Midden-Oosten en de spanningen tussen moslims en joden in Nederland. „We leven in een geglobaliseerde wereld. Het is niet meer haalbaar het conflict in Gaza buiten de deur te houden. Identificatie is niet te voorkomen. In Europa is er een sterke verbondenheid met Israël, vooral door de holocaust. Maar moslims brengen hun eigen geschiedenis en hun eigen pijnpunten mee naar Nederland. Zij identificeren zich met andere slachtoffers, uit een andere oorlog.”
Slachtofferschap is een valkuil, vindt Leegte. „Als je er in blijft hangen, maak je de volgende stap niet. Je komt pas verder als die term genoemd, benoemd wordt. Dat duurt even, maar het is nodig om in te zien waarom vooral jonge moslims zich zo sterk verbinden met de slachtoffers in Palestina. Ik besef dat ik spreek als witte man van achter mijn bureau. Wat weet ik van het gevoel niet mee te tellen. Toch wil ik dit gezegd hebben, want de tegenstellingen hier moeten niet verscherpt worden door de oorlog daar.”

Dat de vereenzelviging van jonge moslims in Nederland met Palestijnen in Gaza heel groot is, daarover geen twijfel. Manuela Kalsky: „Ik maak het mee bij de jonge moslims die aan onze website nieuwwij.nl meewerken. Hun verontwaardiging over Gaza is niet zozeer ideologisch of politiek, eerder existentieel. Het heeft met hun gevoel voor rechtvaardigheid te maken. Zij vinden de eenzijdige keuze van het Westen voor Israël onbegrijpelijk. Er spreekt ook angst uit over eigen toekomst hier. Ze zeggen: ’We zijn blij dat we twee paspoorten hebben, want dan kunnen we altijd nog terug naar een moslimland, als we hier niet meer welkom zijn’. Dat zei hun vader al: ’Wie weet hoe lang we als moslims hier in Europa mogen blijven.’ Ze voelen zich dus niet echt veilig en thuis als moslims in Nederland. Schokkend, vind je niet? Net als Joden leven ze in de diaspora en zijn op hun hoede: wie weet wanneer er ellende komt. Achter het conflict schuilen dus veel overeenkomsten: op je hoede zijn, je niet thuis voelen, altijd een lijntje open houden naar de veilige haven.”

Het gesprek met moslims en joden zou, in de plannen van minister Van der Laan, over politiek moeten gaan. Dat is Kalsky te beperkt. „Ook religie en etniciteit moeten ter sprake kunnen komen, alles wat de dagelijkse werkelijkheid van deze jongeren mede bepaalt.”

Dat vooral jongere moslims het gevoel hebben buitengesloten te zijn, constateert ook Henk Leegte. „Het zijn niet de gastarbeiders van toen, maar hun kinderen en kleinkinderen. Nogmaals, ik weet niet hoe het is om zo weinig kansen te hebben. Maar ik weet uit de geschiedenis van de doopsgezinden dat het drie generaties heeft geduurd voor mijn doopsgezinde voorouders waren ingeburgerd in deze samenleving, die net als zij christelijk was. Toen pas deden ze de klederdrachten uit en gingen ze de Nederlandse Bijbel lezen. Dus het duurt echt enige tijd. Natuurlijk is het goed te beseffen dat dit gevoel van slachtofferschap bestaat, en moeten we ons realiseren hoe we een bevolkingsgroep uitsluiten. Maar moslims in Nederland zijn er niet bij gebaat hun identiteit te laten samenvallen met Palestijnse slachtoffers in de oorlog in Gaza.”

Waar Leegte een gevaar ziet in empathie, ziet Manuela Kalsky daarin de oplossing. „De identificatie van jonge moslims met de slachtoffers in Gaza tegenhouden kan niet. Daarvoor zit het Palestijns-Israëlisch conflict te veel verweven in de familiegeschiedenis en in de opvoeding. Wat wel kan, en ook nodig is in het plan van Van der Laan, is leren je te verplaatsen in de ander. Als moslims leren zich te verplaatsen in joden, en begrijpen waarom zij zich bedreigd voelen en zo hard terugslaan, en joden leren zich te verplaatsen in de positie van moslims en zien waarvoor zij bang zijn, dan kunnen zij allebei beter begrijpen waarom de ander zo reageert. En praten alleen is niet genoeg. Wederzijds begrip en het gevoel van gemeenschappelijkheid ontstaan als je samen iets doet. Dat kunnen kleine projecten zijn, het hoeft niet groot te zijn. Ik zie bij het project W!J hoe goed het werkt als jongeren samen een filmpje maken over hun vragen en problemen. Dan pas ben je op weg om de ander echt te zien zonder al je vooroordelen.”
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721