Monic Slingerland − 31/03/10, 00:00 Bron: Trouw
Is het celibaat nog wel haalbaar in deze samenleving waarin lust en ook intimiteit nadrukkelijk aanwezig zijn? Of is het dan misschien juist nuttig? Manuela Kalsky en Erik Borgman over moderne cultuur en het menselijk tekort.

Volgens een schatting kan maar zeven procent van de mensen gezond en gelukkig leven als zelfgekozen levenslange celibatair. Staat het celibaat extra onder druk nu er meer openheid is over seksualiteit?
Manuela Kalsky: „Als de samenleving opener wordt over seksualiteit, wordt het lastiger voor de kerk dit onderwerp ’onder de dekens’ te houden. Er is een wisselwerking tussen kerk en samenleving. We zien in deze tijd hoe onmenselijk het verplichte celibaat is. Als God liefde is, waarom valt de lichamelijke liefde er dan buiten?”
Erik Borgman: „Het celibaat heeft een functie als teken van terughoudendheid. Het is bedoeld als tegencultuur, om te laten zien dat niet iedere begeerte vervuld hoeft te worden. Wij wachten op God en diens koninkrijk. Dit verdraagt zich slecht met een gedwongen celibaat. Doordat het een regel is geworden, wordt nog maar weinig nagedacht over de bedoeling. Het is tekenend dat juist de EO, en niet de KRO, met het programma ’40 dagen zonder seks’ kwam. Het ging in de elfde eeuw bij de invoering van het celibaat niet in de eerste plaats om afzien van seks, maar om te voorkomen dat priesters een gezin zouden hebben. Ik heb een gezin en weet dat het vormgeven van de christelijke gedachte dat wij wel in, maar niet van deze wereld zijn, dan niet altijd eenvoudig is. Als persoon kun je afzien van eigenbelang. Maar met opgroeiende kinderen is dat moeilijker.”

Manuela Kalsky ziet in het celibaat vooral de moeite die de rk kerk heeft met seksualiteit en vrouwen. „Met allebei gaat de rk kerk krampachtig om. Sommige priesters hebben in het geheim een relatie, met alle schuldgevoel en ellende van dien. Misschien is het celibaat voor sommigen een louteringsweg naar God, maar het verplicht opleggen ervan is voor velen een onmenselijke opgave. Mensen niet zelf te laten kiezen vind ik dictatoriaal. Is de kerk er voor de mensen of voor het instituut? Het celibaat heeft zijn langste tijd gehad. Het wordt tijd dat de poorten opengaan zoals bij de kerken van de Reformatie. Die hebben gehuwde predikanten, mannen en vrouwen met en zonder kinderen – een verrijking voor mens, kerk en samenleving.”

Als tekenfunctie, een teken van terughoudendheid, werkt het celibaat inderdaad niet goed meer, stemt Erik Borgman in. „Je kunt je afvragen of in deze tijd de gelofte van armoede niet beter die tekenfunctie kan vervullen. Met armoede laat je zien dat je leeft van wat je toevalt, zonder veel zekerheden. Ook dan gaat het niet om de armoede zelf, maar om de levenshouding die erbij hoort. Ik vergelijk het met vegetariërs. Die kunnen de bio-industrie niet voorkomen, maar door geen vlees te eten belichamen ze een tegencultuur.”
Doordat bij het verplichte celibaat de bedoeling uit het zicht verdween, ontstond het beeld dat de kerk seks afkeurt. Erik Borgman: „Onthouding zou een vorm van reinheid zijn, verbonden met cultisch priesterschap en noodzakelijk voor het voorgaan in de eucharistie. Dat is een hardnekkig theologisch misverstand.”

Manuela Kalsky: „Giet geen bovenmenselijk sausje over het priesterschap. Ook een priester is niets menselijks vreemd. Hij of zij zou niet moeten kiezen tussen de liefde voor God óf mensen. Het is en/en. Luther zei het al: in de mensen heb je God lief en niet tegen de mensen. Een wijs theologisch inzicht met als gevolg zijn huwelijk met Katharina van Bora.”
Erik Borgman: „Ik hoor de paus in reactie op de misbruikschandalen zeggen dat priesters heiliger moeten worden en boete moeten doen. Daarmee suggereert hij dat de kerk eerder een stukje van de hemel zou zijn dan van de aarde. Dat is niet zo en dat hoeft ook niet. Christus is afgedaald naar ons, omdat wij niet naar de hemel konden komen. We moeten en mogen ons tekort onder ogen zien. De kerk wil dat niet doen.”

Manuela Kalsky: „Het ergste vind ik dat de kerk het misbruik heeft toegedekt. Stuitend. Je ziet hetzelfde mechanisme als in de samenleving: de kerk sluit als één familie de gelederen, voor de dader wordt gezorgd en het slachtoffer wordt buitengesloten. Seksueel misbruik heeft altijd met machtstructuren te maken. Toen ik nog voor Tegen Haar Wil, een belangenorganisatie voor verkrachte vrouwen, werkte werd me heel duidelijk dat seksueel misbruik alles met macht en weinig met seksuele driften te maken heeft. Bij misbruik gaat het om hiërarchische machtsverhoudingen. Op dat punt moet niet alleen de bezem door de kerk, maar ook door de samenleving.”

Erik Borgman: „Sinds de elfde eeuw, is er zoveel veranderd, dat we andere mensen geworden zijn. We leven individualistischer, de intieme twee-relatie is belangrijker geworden. Tot in de negentiende eeuw waren er veel celibatairen buiten de kerk. Bepaalde beroepen eisten dat je niet getrouwd was. In onze tijd is het bijna onmogelijk om gezond en gelukkig te leven als celibatair. We hebben allemaal behoefte aan vertrouwelijkheid, lichamelijke intimiteit. Nu kan ik me voorstellen dat in een klooster het celibataire bestaan te doen is. Maar voor priesters die in hun eentje in een pastorie wonen, is het meestal te veel gevraagd om ook nog af te zien van intimiteit. De kerk is er niet om mensen gefrustreerd te maken. Dat tast juist haar geloofwaardigheid aan. Dat veel priesters zich feitelijk niet aan het celibaat houden, omdat ze dat niet kunnen, evenzeer.”

Manuela Kalsky: „Ontkenning is het heersende motief in de kerk. Ontkenning van (homo)seksualiteit, ontkenning van seksueel misbruik, ontkenning van het toedekken ervan. Nobody is perfect, doe dan ook niet zo alsof je het wel bent.”

Erik Borgman: „We vinden authenticiteit steeds belangrijker, en ook eerlijkheid. Al gauw noemen we iets ’liegen’. Het is een groot probleem hoe we dat zuiverheidsideaal opnieuw kunnen vormgeven.”
Kalsky: „Hoe kun je in Jezus het heil van Godswege verkondigen als je misstanden in de doofpot stopt? Jezus had lak aan het behoud van instituten. Hij nam het op voor de niet machtigen en gaf hen een stem. Misschien zouden zijn navolgers dat ook moeten doen.”
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721