Monic Slingerland − 03/11/10, 00:00 Bron: Trouw
De tentoonstelling ’Körperwelten’ drijft de elftalspelers uiteen. Geeft de expositie een geweldige biologieles of is het een griezelkabinet?
Zijn het dingen of toch nog mensen, de opgezette lijken van ’Körperwelten’? De omstreden expositie die in België te zien is geeft het gevoel voor grenzen een duw. Is dit over de grens – geprepareerde lichamen van echte mensen, die in alle doorzichtigheid laten zien wat er onder de huid zat, of zit? Of is het van dezelfde orde als het skelet in het biologielokaal? Een ding, waar je grappen over kunt maken.

Elftalspelers Manuela Kalsky en Henk Leegte bezien de omstreden tentoonstelling. „Fascinerend”, zegt Kalsky, directeur van het Dominicaans Studiecentrum in Nijmegen en hoofdredacteur van Nieuwwij.nl. Ze is er nog niet naartoe geweest, maar zou dat wel willen. „Wat ik er nu over zeg is onder voorbehoud. Ik zou die lichamen eerst willen zien en willen voelen wat deze tentoonstelling met me doet. Ze doorbreekt een taboe: het dode lichaam hoort niet te worden tentoongesteld, het hoort in een graf te liggen of te worden verbrand. Dit is confronterend: een dood lichaam dat plotseling in alledaagse houdingen voor je staat. Een soort opstanding. Een vreemde gewaarwording, lijkt mij.”
Henk Leegte, doopsgezind predikant te Amsterdam, is voor zijn doen opvallend verontwaardigd. „Ik vind deze tentoonstelling weerzinwekkend. Kunst moet grenzen opzoeken, maar dit gaat ver erover.”

Over welke grens gaat ’Körperwelten’, wat hem betreft? „Een van de zeven werken van barmhartigheid is het begraven van de doden. Dat is niet voor niets. Doden, daar moet je niet mee sollen. Doden moet je begraven. Ook een dood mens is een kind van God geweest. Die moet je niet opzetten en tentoonstellen. Als hier in Amsterdam een arme drommel sterft die kind noch kraai heeft, begraven we die op Sint Barbara, met een woord van de stadsdichter. We maken er wat van. Er is zelfs een poule van pastores voor.’’
„Deze expositie heeft een wetenschappelijke achtergrond”, brengt Manuela Kalsky in. „De samensteller Gunther von Hagens is anatoom en heeft de methode om dode lichamen zo te conserveren zelf uitgevonden. Hij belichaamt het ideaal van de Verlichting: alles willen onderzoeken, doordringen, transparant maken. Laten we hierover als theologen nu niet weer verontwaardigd doen en op de rem trappen, maar deze tentoonstelling gebruiken om wezenlijke vragen aan de orde te stellen.”
Henk Leegte wil er niet aan dat dit wetenschap is. „Kom nou toch. Dit is kermis. Dit is een griezelkabinet. Ik ben een liberale jongen, maar het exposeren van opgezette mensen gaat me echt veel te ver. En dan ook nog in een seksuele pose.”

Manuela Kalsky: „Wat is er mis mee om het menselijk lichaam te laten zien hoe het is? Dat is heel informatief, een geweldige biologieles. Wij hadden een skelet in ons biologielokaal hangen, maar dit spreekt veel meer tot de verbeelding. En het interessante is nu: dit is allemaal echt en toch ontbreekt er iets. Iets dat dit lichaam tot een mens maakt. Een geur, een blik, een stem, warmte, kortom: bezieling. Iets dat niet in de spieren en organen te zien is. Een niet te doordringen deel van de mens dat voor het unieke van ieder mens zorgt. Deze tentoonstelling roept de vraag op wat een mens tot mens maakt. Dus niet alleen docenten biologie, maar ook leraren godsdienst kunnen hun leerlingen hiermee naartoe nemen, om indringende vragen te stellen.”
Dat vindt Henk Leegte geen goed idee. „Er staat niet voor niets in het bijbelboek Tobit dat hij de mensen begraaft die aan de kant van de weg liggen en dat dit een goede daad is.”
Maar die mensen hebben er niet voor gekozen om als lijk aan de kant van de weg te blijven liggen. Dat is een ander verhaal. De lijken waar Von Hagens mee werkt, zijn van mensen die op papier toestemming hebben gegeven om geëxposeerd te worden. Moeten we zo’n autonome keus respecteren, of deze mensen tegen zichzelf beschermen?
Leegte: „Dat Von Hagens wetenschappelijke bedoelingen heeft, doet er in dit geval niet toe. Voor mij is deze expositie een kwestie van vermaak, niet van lering. Het gebruik van lijken in de snijzaal van de medische faculteit, daar ben ik niet tegen, dat is in dienst van het leven en ik weet dat er in die snijzaal respectvol wordt omgegaan met deze lichamen. Maar dit is echt vermaak en daarvoor moet je geen opgezette lijken gebruiken.”

Manuela Kalsky komt met het voorbeeld van Ariel Sharon, de Israëlische ex-premier die al jaren in coma ligt en van wie onlangs een wassen replica is geëxposeerd, alsof hij ademde.
„Dat vind ik wél een schending van privacy. Sharon heeft hier niet om gevraagd en hij leeft nog. Hij is een bezield persoon. Bij ’Körperwelten’ is het net als bij donoren. Je staat je lichaam af aan de wetenschap, in dit geval om tentoongesteld te worden. Je kunt het zien als een verlangen naar onsterfelijkheid, naar eeuwig leven. Daarvoor is dan een transformatie nodig, de transformatie naar een geprepareerd lichaam. Voor mij is het niet veel anders dan het mummificeren van lijken, zoals bij de oude Egyptenaren gebeurde. Ook dat had te maken met leven na de dood.”

Zou Kalsky zo’n geprepareerd lichaam in huis willen hebben? „Een dode als kunst in de woonkamer? Nee, dank je. De dood hoort bij het leven, maar niet op die manier. Dood zijn blijft eng. We weten niet wat er dan gebeurt en dat roept oerangsten op.”

Bij Henk Leegte roepen de geëxposeerde lijken geen oerangst op. „De ziel is eruit. Dat ik vind dat ze begraven moeten worden, heeft te maken met respect voor het leven en dus respect voor de dood. Ik moet denken aan het bijbelverhaal van Rizpa, zeg maar de oudtestamentische Antigone. Zij waakt bij de lijken van Saul en Jonathan en anderen. Ze spreidt een tent over de lijken uit, jaagt de vogels weg, zodat de lichamen niet worden geschonden. Pas nadat Saul en Jonathan met de anderen opnieuw zijn begraven, en dat doet Rizpa stiekem zo vertelt het verhaal, gaat het weer regenen, na een heel lange periode van droogte. Ik zie dat als een oproep tot eerbied voor de doden.’’

Manuela Kalsky: „Weet je waarom ik deze tentoonstelling fascinerend vind? Ze brengt ons in verwarring; ze gooit onze bestaande rubriceringen omver. Dood en leven vloeien in elkaar over. Zijn dit mensen, zijn het dingen, horen ze bij het leven of bij de dood? We kunnen er geen eenduidige labels aan hangen. Onze bestaande ordening voldoet niet. Dat maakt ’Körperwelten’ voor mij enorm uitdagend.”
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721