Arjan Broers − 06/04/11, 16:24 bron: Trouw
Onze samenleving gaat krampachtig om met religie. Sommigen vinden dat iedereen alles mag geloven - en dus dat alles relatief is.
Anderen verschansen zich achter hun standpunt en verketteren andersdenkenden. Volgens hoogleraar interreligieuze dialoog Marcel Poorthuis, die vandaag in Tilburg zijn oratie houdt, is er meer dialoog tussen religies nodig.
Manuela Kalsky, directeur van het Dominicaans Studiecentrum en internetproject Nieuw W!J, is het eens met hoogleraar interreligieuze dialoog Marcel Poorthuis: Nederland schiet bij het woord religie in een kramp. Toch vind ik dat er meer interreligieuze dialoog nodig is. Poorthuis spreekt echter vanuit een te massieve opvatting van religies en traditie. In de praktijk zijn het geen instituties die de dialoog aangaan, maar mensen. Het zijn individuen, ieder met hun culturele en religieuze achtergronden. Die zijn vaak heel divers en veranderlijk, ook binnen één en dezelfde religie.

De enige werkelijk gevoerde interreligieuze dialoog in West-Europa was die tussen jodendom en christendom, vindt Kalsky. Daar was eerst de Shoah voor nodig. Die verschrikking maakte duidelijk dat er een dialoog moest komen. Er was ook een duidelijk doel: de christelijke kerken moesten hun antisemitisme blootleggen en overwinnen. Er moest een theologische Wiedergutmachung plaatsvinden in de leer over Jezus, over de kerk, over wat heil is: de christelijke theologie moest diep door het stof, maar die confrontatie, hoe moeilijk ook, betekende ook een verrijking van de christelijke theologie, de theologie na Auschwitz.

De religieuze werkelijkheid van nu ziet er anders uit, wil ze maar zeggen. Kijk eens naar de dialoog tussen christenen en boeddhisten, of hoe allerlei mensen hun weg zoeken in oosterse wijsheidstradities. Dat is helemaal niet pijnlijk of ingewikkeld. Het gaat ook niet over tradities die met elkaar in dialoog gaan, maar gewoon over individuen die nieuwsgierig zijn naar elkaar en naar persoonlijke spirituele groei. Het verrast me dat Poorthuis zo negatief spreekt over de individuele zoektocht van mensen. Volgens mij worden alle identiteiten vloeiend. Er bestaat geen pure traditie, alleen mensen die zich in bepaalde delen van een traditie herkennen.

Erik Borgman, hoogleraar theologie van de religie in Tilburg en betrokken katholiek, vindt dat te gemakkelijk. Om dezelfde reden dat ik niet vrijzinnig genoemd wil worden, zegt hij. Religieuze tradities menen belangrijke en tegendraadse dingen te zeggen over de fundamenten van het bestaan. Daar kun je best 'vrij' mee omgaan, maar dan neem je ze niet serieus in wat ze beweren. Mijn stelling is dat je orthodox moet willen zijn, maar dat je van te voren niet weet wat dat is. Wat moet er in Gods naam nu gezegd worden?

Dat is een ingewikkelde positie in een tijd waarin geloof door critici vaak wordt gezien als 'ook maar een mening'. Borgman: Als een waarheid wordt uitgesproken, is het een mening. In zoverre zijn er alleen maar meningen. Maar diepe overtuigingen kunnen niet morgen opeens heel anders zijn. Ze hebben een fundament in een opvatting over de werkelijkheid of een visie op wat goed is.

Volgens Borgman wordt religieuze dialoog vaak tandeloos gemaakt, 'alsof er niks op het spel mag staan'. Maar religieuze overtuigingen zijn van fundamenteel belang, en we voeren dialoog omdat we het ergens over oneens zijn.

Dat debat mag naar zijn smaak best pittig worden gevoerd. Het gaat echt ergens over. We zijn op zoek naar een nieuwe vorm voor een samenleving met heel verschillende opvattingen en geloofsovertuigingen. Die overtuigingen zijn niet vrijblijvend of inwisselbaar. De levens van mensen staan of vallen ermee.

Marcel Poorthuis stelt in zijn oratie dat de dialoog wordt bedreigd door twee factoren: ontkerkelijking en fundamentalisme. Door de ontkerkelijking kennen mensen hun eigen traditie niet meer en gaan ze zelf hun wijsheid bij elkaar sprokkelen, uit allerlei tradities. Daardoor nemen mensen hun band met een bepaalde traditie niet meer serieus, en dat is de dood in de pot voor de dialoog.

Het andere uiterste is fundamentalisme, waarin de eigen opvattingen absoluut worden gesteld en andere worden verketterd en tot vijand gemaakt. Ook dat maakt een dialoog onmogelijk. Dat fundamentalisme hoeft overigens niet religieus te zijn: er is ook een vorm van antireligieus fundamentalisme, waarin iedereen die gelovig is voor achterlijk wordt versleten.

Ik noem dat Verlichtingsfundamentalisme, zegt Kalsky. Vroeger leefden we in een zuilenmaatschappij, daar maken we ons nu van los. Voor sommige seculieren blijft er dan maar één dogma over: gij zult niet geloven. Uit naam van de vrijheid wordt de vrijheid van mensen om hun geloof te belijden bestreden. Dat is kwalijk.

Op dat punt is onze samenleving in verwarring, vindt Borgman. We zijn bang dat onze samenleving uit elkaar valt. Er is geen vertrouwen dat het gesprek zelf zin heeft, zelfs al word je het niet eens. Dat er door te debatteren meer waarheid kan worden opgedolven en dat we van die waarheid kunnen leven. Elk debat over religie, zelfs al gaat het over hoofddoekjes, wordt zo een testcase voor onze bedreigde gemeenschap. Daarom doen we ook zo moeilijk als de discussie emotioneel wordt. Ik zou graag een grotere tolerantie op heftigheid willen. Laat maar zien dat je geraakt bent, dat je ontsteld bent of boos. Zeg het als je bepaalde opvattingen niet kunt meemaken, of zelfs dat je die ketters of walgelijk vindt. Als het maar niet het einde is van het gesprek.

Poorthuis vindt dat de kerken een voortrekkersrol zouden moeten vervullen in de religieuze dialoog. Juist omdat kerkelijke mensen er ervaring mee hebben, en omdat ze geen neutraal standpunt proberen in te nemen.

Kalsky erkent dat de dialoog met het jodendom heel wat heeft opgeleverd. We hebben er veel van geleerd. Als Geert Wilders pleit voor een verbod op de Koran herkennen we dat nu als het ultieme wij-zij denken: wij zijn goed, wij hebben gelijk, en jullie zijn slecht, heidenen. Deze opstelling heeft in de geschiedenis tot uitsluiting en moord geleid.

In de praktijk echter laten de kerken veel te weinig van zich horen, vinden beide elftalspelers, of ze zeggen de verkeerde dingen. Kalsky: Kijk naar de recente moslimnota van de Protestantse Kerk in Nederland, waarin wordt gesteld dat moslims en christenen niet samen zouden moeten bidden.

Ook Borgman is teleurgesteld over het optreden van de kerken in de debatten over de islam in Nederland en de plaats van religie in onze samenleving. Toen Geert Wilders pleitte voor een verbod op de Koran, hadden de kerken moeten opstaan. Waar de Koran verboden wordt, is de Bijbel niet veilig. Als moslims moeten laten zien dat ze iets mogen geloven, is ieders vrijheid van godsdienst of levensovertuiging in het geding.

Net zo zouden de kerken zich moeten verzetten tegen de gedachte van veel godsdienstcritici dat religie niet redelijk is, en dat er geen redelijk gesprek mogelijk is, vindt Borgman. Gelovigen argumenteren zich een ongeluk, zegt hij. Er zijn bibliotheken volgeschreven over begrip, interpretatie en toepassing van tradities. Vrijwel niemand zegt simpelweg: God zegt het en ik weet het.

De katholieke kerk kent bovendien het idee van het natuurrecht: dat alle mensen, wat ze ook geloven, een goede samenleving willen, erop uit zijn recht te doen en leven van de kans om tot bloei te komen. Zulke tradities moeten kerken inzetten om onze samenleving beter te helpen maken.

Want dat is volgens beide theologen de inzet van de interreligieuze dialoog: een leefbare samenleving. Het gaat om het goede leven voor allen, zegt Kalsky, en dat is geen dialoog tussen systemen, maar een dialoog van het leven. Daarom moeten we het over onze gezamenlijke vragen hebben: de inrichting van onze samenleving, goed onderwijs, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, het ecologisch vraagstuk. Maar in plaats daarvan hebben we een discussie over hoofddoekjes waarbij net wordt gedaan alsof er in dit land een godsdienstoorlog woedt.

Kalsky heeft vertrouwen in de alledaagse communicatie. Er botsen concepten op elkaar, maar als je goed kijkt zie je dat verreweg de meeste mensen goed met elkaar kunnen samenleven, hoe verschillend ze ook zijn. We moeten ook niet doen alsof diversiteit nieuw is. Er is altijd veelvoud geweest, in alle tijden. Het christendom zelf is het resultaat van een ontmoeting tussen joden, christenen, moslims, Grieken, enzovoorts.

Ook Borgman vindt dat de interreligieuze dialoog zo concreet mogelijk moet worden gevoerd. We kunnen niet discussiëren over de plaats van de islam in onze samenleving. We moeten het hebben over de concrete vragen: zijn vrouwen hier vrij om een hoofddoek te dragen? Wat beschermen zij daarmee en heeft mij dat iets te zeggen? Mogen mensen moeite hebben om homoseksualiteit te aanvaarden? Maar evenzeer: mag ik kwaad zijn dat zij daar maar moeite mee blijven houden?

Het enige dat we voor dialoog nodig hebben is de bereidheid iets te leren wat we nog niet wisten, en de mogelijkheid openhouden dat de ontmoeting ons verandert. De sleutel van een plurale samenleving - en uiteindelijk van de democratie - is dat we elkaar zien als meedragers en meebouwers aan onze samenleving, zelfs al zijn we het fundamenteel oneens. Uiteindelijk moeten politici keuzes maken die misschien niet iedereen tevreden stellen, maar die pas draagvlak krijgen wanneer iedereen is gehoord.
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721