Eildert Mulder − 05/10/12, 16:00, Bron: Trouw

In het theologisch elftal geven twee godgeleerden hun visie op de actualiteit. Vandaag: de maker van het recente anti-Mohammedfilmpje is juridisch niet schuldig aan de dood van vele tientallen mensen bij rellen naar aanleiding van zijn film. Maar gaat hij moreel ook vrijuit?

Manuela Kalsky:

'Als ik aan dat filmpje denk dan rijst bij mij ook de vraag waarom er zo veel niet in de schijnwerpers staat. Ik zou een appèl willen doen op de media, ook op Trouw: Laat vrijzinnige moslims aan het woord! Waarom komen moslims die oplossingen aandragen voor de crisis zo weinig aan bod?"
Ook mis ik gedegen onderzoeksjournalistiek. Nu ga je bijvoorbeeld allemaal weer mee in de toestanden rondom het Mohammedfilmpje. Ik wil achtergrondinformatie. Klopt het dat evangelicale leiders geld hebben gegeven voor de productie van dat filmpje? Is het een islamofobe campagne en wordt vervolgens ingezoomd op extreme moslims?

Ik vind het onverantwoord dat verzoeningsgezinde moslims geen po- dium krijgen. Je wordt, door die kant van de islam te verzwijgen, een onderdeel van zo'n 'wij/zij campagne'. Je moet niet meedoen aan de indoctrinatie die doet voorkomen alsof er maar één islam is, namelijk de extremistische van Al-Kaida. Wat zou het mooi zijn als Trouw eens in een bijlage dat andere moslimgeluid krachtig liet horen. Laat daarin zien dat de islam geen monolitisch blok is. Als je de vrijzinnige islam consequent negeert dan versterk je Al-Kaida.

Natuurlijk, nieuws moet je melden en helaas wint gewelddadig nieuws het altijd van positief nieuws. Maar er is een proces van actie en reactie ontstaan dat geen perspectief biedt op beëindiging van de crisis. Hirsi Ali heeft daarin een rol gespeeld, ze verdedigde in naam van het verlichtingsdenken 'het recht op beledigen'. Nederlandse intellectuelen omarmden die gedachte. Absurd. Waar zijn we mee bezig? Moeten we blijven bijdragen aan de spiraal van geweld?

We hebben kennis nodig, ontmoeting, in plaats van vooroordelen en afbakening. Er zijn moslimdenkers die oproepen een fatwa uit te vaardigen tegen zelfmoordaanslagen. Ze benadrukken het vermogen om, vanuit Koran en Hadith, eigentijds denken te bevorderen - idjtihaad. Ik zie ze niet in de media. Ook mis ik het geluid van Ibn Arabi, een dertiende eeuwse soefi-filosoof. Hij schreef: 'Voorheen had ik een afkeer van mijn vriend want zijn en mijn religie lagen ver uiteen. Nu staat mijn hart voor alle vormen open: een weide van gazellen en een monniksklooster, een tempel voor idolen, Kaäba voor pelgrims, de Thora's stenen tafelen, bladen van een Koran - Liefde is mijn religie, waar zij zich ook wendt: liefde is mijn godsdienst, mijn geloof'.

Ook dat is de islam. Nu ontbreekt het bredere perspectief. Ik vind het een probleem van de journalistiek, de 'opleukcultuur', hapklare leesbrokken, spanning, sensatie. Ik wil geïnformeerd worden, niet gemanipuleerd. We kunnen ons idee van vrijheid van meningsuiting niet dwingend opleggen aan 'de ander'. Het kolonialisme is voorbij. Maar we kunnen wel mensen in de moslimwereld steunen die ongeveer denken zoals wij. De interreligieuze en interculturele dialoog is nu belangrijker dan ooit. We moeten de handen ineen slaan, godsdienstige en ook niet godsdienstige mensen. Er staat veel op het spel."

Erik Borgman:

'Als publicist ben je medeverantwoordelijk voor de effecten van wat je produceert. Dat is onvermijdelijk. Als er zevenmaal bij publicaties over pijnlijke onderwerpen geweld is uitgebroken, dan weet je dat het de achtste keer ook kan gebeuren. Vanwege dat Mohammedfilmpje zijn er tientallen doden gevallen. Als maker kun je niet zeggen dat je daar buiten staat. Dat is zoiets als dat je wapens verkoopt en beweert dat je niets te maken hebt met oorlog.

Anderzijds moet de waarheid soms scherp worden gezegd. De vraag hoe ver je kunt gaan los je niet op met eenvoudige vuistregels. Er wordt een grens gepasseerd wanneer je iets enkel publiceert om te laten zien hoe stoer je bent. Maar ook als je serieuzer te werk gaat kan publiceren risico's inhouden. Uit een kleinigheid kan zomaar een wereldbrand ontstaan, zeker wanneer mensen aan niets meer schouderophalend voorbijgaan.

Voor de overheid is dit een lastig terrein. Censuur leidt tot grotere problemen dan het oplost. De enige weg is die van de verantwoordelijkheid. Naarmate het risico groter is, moet je beter nadenken. Je moet je niet laten chanteren door de mogelijke gevolgen, maar wel een goed verhaal hebben als je in een gevaarlijke situatie toch publiceert. Bijvoorbeeld dat je de waarheid wilt dienen, dat je ook verantwoordelijk bent voor de vrijheid van meningsuiting en dat die beide op het spel staan.

Dat er dingen misgaan hoort bij vrijheid. Ik vind niet dat Facebook moslimlanden moet helpen zo'n filmpje moeilijk toegankelijk te maken. Regeringen zijn wel verantwoordelijk voor de openbare orde. Ook in Nederland wordt een betoging verboden als er een veldslag dreigt. Dat filmpje is in moslimlanden meer geworden dan alleen maar een filmpje en vormt een acuut gevaar voor de openbare orde. Dan kun je maatregelen nemen.

Ordemaatregelen zijn alleen geloofwaardig bij een acute dreiging. Ook moeten ze tijdelijk zijn. Je kan niet alle religieuze en antireligieuze uitingen permanent verbieden, omdat ze soms conflicten uitlokken. Overigens zijn ook wij niet voor absolute vrijheid, al denken we van wel. Moslims die, om ons te kwetsen, de Holocaust ontkennen, laten zien dat je ook volgens ons van sommige zaken af moet blijven. Dat is maar goed ook. Zonder heiligheid kan een samenleving niet bestaan en verontwaardiging wanneer deze geschonden wordt creëert dynamiek.

Die discussie in Trouw over de 'stomp op de neus' die columniste Nuweira Youskine wil uitdelen aan ieder die haar dierbaren - onder wie Mohammed - kwetst, is interessant. Iedereen kan het gevoel van de columniste begrijpen, volgens mij. De vraag is of je die klap ook moet uitdelen. Maar ook hier vallen klappen omdat mensen zich beledigd voelen, persoonlijk of collectief, en ook onze samenleving kent agressie. Misschien zijn bij ons de onderbuikgevoelens meer uit de openbare ruimte verdrongen. Maar ze komen zo weer tevoorschijn, bijvoorbeeld als voetbalsupporters 'Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas' roepen.

De regel mag niet zijn: 'maakt niet uit, vrijheid is absoluut'. Maar ook niet: 'vanwege mogelijke doden mag jij niet publiceren'. Dat is allebei te makkelijk. Omgaan met vrijheid is moeilijk en moet door alle betrokkenen geleerd worden."

Erik Borgman is hoogleraar theologie aan de Universiteit van Tilburg.
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721