Is martelaarschap prijzenswaardig of verdient het scherpe afkeuring? Wanneer zijn martelaars helden en wanneer zelfvernietigende en moordende doodsaanbidders?
Manuela Kalsky: "Christelijke theologie richt zich te veel op de dood"



"Pas achteraf weet je wat 'goed of slecht' martelaarschap was. De ware martelaar heeft er in elk geval niet op aangestuurd. Het martelaarschap kan de uiterste consequentie van je leven zijn, maar mag nooit het doel zijn. Verheerlijking van martelaarschap vind ik fout.

In 1998 zijn bij de Westminster Abbey beelden geplaatst van martelaren uit de 20ste eeuw, mensen als Martin Luther King, Dietrich Bonhoeffer, Oscar Romero en Maximilian Kolbe. De martelaarsdood was niet hun doel. Martelaarschap is een beladen woord. Het komt van het Griekse martyrion, 'getuigenis'. Getuigenis afleggen van een waarheid die men vaak als absoluut ziet en bereid is met geweld te verdedigen; geweld tegen anderen en zichzelf.

Dat ontaardt dan in een spiritualiteit van de dood. Rabbijn Jonathan Sacks zei in de Ikon-serie over grote denkers dat vrede van hogere waarde is dan waarheid. Daarmee ben ik het eens. Om martelaarschap hangt het idee 'de waarheid in pacht' te hebben. Maar de vraag moet zijn: hoe kom je tot vrede?

Het woord martelaar roept bij mij het beeld op van een bloeddorstige monstergod die wil dat mensen zich opofferen, in een gevecht om de ene waarheid. Als je dat propageert, creeer je een gewelddadig geloof en een gewelddadige samenleving. Christelijke theologie richt zich te veel op de dood. De Duitse theologe Dorothee Sölle waarschuwde al in de jaren zeventig voor een offertheologie met een sadistische god op de achtergrond. De verheerlijking van het kruis is problematisch. Het kruis is de consequentie van de weg van Jezus. Het gaat niet om de verering van het kruis maar om de navolging van Jezus' leven dat aan het kruis voorafging. Het is de opstanding in het leven. Het opstaan tegen de krachten van de dood en voor een levengevende spiritualiteit.

Natuurlijk heb je moedige mensen nodig, zij houden de samenleving een spiegel voor en zijn bereid grote risico's te nemen. Maar moed tonen is iets anders dan de ideologie van de zelfopoffering te omhelzen.

Beelden en taal beschrijven een werkelijkheid maar creëren ze ook. Paus Johannes Paulus II liet een lijst aanleggen van mensen in de 20ste eeuw die met hun bloed een getuigenis hebben afgelegd. Alleen al in Duitsland leverde dat zevenhonderd martelaren op, een selectie uit liefst 12.700 kandidaten. Maar wat beoog je daarmee? Wil je zulke bloedgetuigenissen aanwakkeren? Moedige mensen moet je gedenken. Maar je moet voorzichtig zijn met beelden die met geweld zijn doordesemd.

Martelaarschap moet je van geval tot geval bekijken. Er bestaat geen algemene ethiek van martelaarschap. Het is gebonden aan de persoonlijke en maatschappelijke context. De toetsing blijft voorbehouden aan het eigen geweten, of beter: aan het Laatste Oordeel.

Het gaat om navolging van een manier van leven, niet om de idee dat je meteen naar het paradijs gaat, nadat je zo veel mogelijk anderen mee de dood in hebt genomen. Die jongens die nu naar Syrië gaan, moet je op alle mogelijke manieren tegenhouden. Het is zinloos martelaarschap, ze zijn kanonnenvoer. Maar we moeten wel proberen te begrijpen waarom ze het doen, met meer empathie en minder argwaan dan nu het geval is."

Hoogleraar Manuela Kalsky bekleedt aan de VU de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor Theologie en Samenleving.

Henk Leegte: Martelaarschap is bij ons geweldloos
"Bij doopsgezinden ligt op de avondmaalstafel niet een bijbel maar de Martelarenspiegel, een zeventiende-eeuws boekje van Tieleman van Bracht. Het eerste deel behandelt de martelaren uit de christelijke begintijd, het tweede gaat over de reformatie. In een latere editie is op een illustratie van Jan Luyken een processie te zien, in Gent. Als de monstrans met de gewijde heilige hostie voorbijkomt buigen alle toeschouwers, op één man na. "Mijn God is geen brood", roept hij. Volgens het katholieke dogma moet elke christen de hostie aanbidden. Omstanders proberen de man naar beneden te duwen maar hij blijft koppig. Dat kost hem zijn leven.

Een ander verhaal gaat over een vluchtende doopsgezinde uit Monnickendam. Het is winter, de hem achtervolgende schout zakt met zijn paard door het ijs. De doopsgezinde redt hem. De schout bedankt hem maar arresteert hem alsnog, waarna hij ter dood wordt gebracht.

Wij doopsgezinden zijn de enige groep die zowel door katholieken als protestanten is vervolgd. De protestanten hebben de doopsgezinden niet gedood, mede dankzij Willem van Oranje, maar ze konden alleen aan de slag in vrije beroepen. Ze gingen vaak in de handel, werden rijk en vrijzinnig. Martelaarschap is bij doopsgezinden geweldloos, het heeft niets te maken met zelfmoordterrorisme. In de begintijd gebruikte een kleine groep geweld, in Münster. Dat werd een drama. Menno Simons heeft vervolgens geweld verboden.

We hebben twee relikwieën: een priem om de tong van ketters te doorboren en het uitgedroogde peertje van Maaike Boosers uit Doornik. Ze stuurde het voor haar executie naar haar zoon, met een afscheidsbrief. De zoon bewaarde het peertje. Vanaf de vervolgingstijd is dat peertje overgeërfd, via de familie Boosers naar de familie Van Geuns en ten slotte De Hoop Scheffer. Jacob de Hoop Scheffer was hoogleraar aan het Doopsgezind Seminarie en heeft het peertje toegevoegd aan de collectie van die instelling.

Wat die man in Gent deed zouden wij nu niet doen. Het was die tijd. De dood was overal. Van een gezin met dertien kinderen konden er zo maar twaalf overlijden. Een griepje kon het einde betekenen. En verder zou, dacht men, ook het einde van de tijden snel aanbreken. Men was erg bezig met wat men de 'eindbestemming' noemde. Een goede voorbereiding op het hiernamaals was belangrijker dan het leven op aarde.

Ook toen al had het martelaarschap nog een andere betekenis, die het bij ons nog steeds heeft, de navolging van Jezus. Doopsgezinden zijn minder dogmatisch dan calvinisten. Voor doopsgezinden was het leven even belangrijk als de leer. Vandaar dat het thema 'navolgen' van de levensstijl van Jezus centraal staat. Dat is ook een reden voor de volwassenendoop. Het gaat niet om het afwassen van erfzonde, maar om teken van bekering tot een vernieuwd leven (Beteringe des levens).

Daarom is die Martelarenspiegel zo belangrijk. Jezus wilde een groep vrienden nader tot God brengen via een bepaalde leefstijl. De autoriteiten beviel dat niet, maar Jezus zette door en offerde zelfs zijn leven op.

Het is nu niet meer de zestiende eeuw, maar de vraag wat navolging betekent in onze tijd blijft actueel. En ingewikkeld. Al staan er gelukkig geen brandstapels meer te smeulen."

Henk Leegte is doopsgezind predikant in Amsterdam.
 
Auteur: Eildert Mulder − 05/04/13, 20:00  © Trouw
primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721