audio:

Dietrich Bonhoeffer: ‘Door goede machten’

Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar.
 
Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van 't leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.
 
En wilt Gij ons de bitt’re beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.
 
Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.
 
Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.
 
Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwege horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.
 
In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.


Vertaling uit het Duits: Jan Willem Schulte Nordholt 

 

Kome wat Komt!

Het contrast kan nauwelijks groter zijn: in een lege Keizersgrachtkerk gaat het op Palmzondag over het verhaal van de intocht van Jezus in een Jeruzalem dat wemelt van de mensen. Er heerst topdrukte. De stad zit vol met pelgrims die voor Pesach zijn gekomen - het feest waarop de bevrijding van het joodse volk uit de slavernij in Egypte wordt herdacht.

 

Sommigen van hen waren de rondtrekkende prediker Jezus en zijn leerlingen al eerder tegengekomen en wilden hem begroeten, en anderen waren nieuwsgierig hem te zien, want ze hadden van deze Joshua gehoord, die zieken geneest en volgens sommige verhalen zelfs doden weer tot leven kon wekken. Zou hij de lang verwachte Messias zijn? Volgens de evangelist Mattheus was deze menigte daarvan overtuigd. Vele van hen spreidden zelfs hun mantel op de weg voor hem uit en ontvingen hem als de koning, roepend ‘Hosanna voor de zoon van David. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel’.

 

Even schoot mij bij het lezen van dit verhaal door mijn hoofd: wat zou er zijn gebeurd als in die week voor Pesach het Coronavirus was uitgebroken? De hele intocht van Jezus had niet door kunnen gaan; al die straten en plaatsen, waar het passieverhaal van Jezus zich afspeelde, zouden leeg zijn geweest. Misschien hadden de Romeinen alle kruisigingen uitgesteld en had Pilatus niet de misdadiger Barnabas vrijgelaten, maar Jezus. Dan was het verhaal heel anders geweest. Was er misschien helemaal geen christendom ontstaan, of had het er heel anders uitgezien.

 

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik betrap mij en anderen in deze dagen, waarin de Coronacrisis het nieuws en ons dagelijks leven beheerst, erg vaak op dit soort ‘als … dan’ scenario’s. “Als de globalisering er niet was geweest, was er nu ook geen wereldwijde besmetting. Als we maar meteen een ‘lockdown’ hadden gehad, dan … enzovoort, enzovoort.“

 

Als-dan verhalen. Samen met onheilsvolle toekomstvoorspellingen geven zij uiting aan onze onzekerheid en angst voor alles wat ons mogelijk nog te wachten staat - en waar we geen controle over hebben. Doemscenario’s die onze bestaansangst en het gevoel van wanhoop alleen maar versterken, maar niets – en dan ook werkelijk niets - veranderen aan onze situatie in het hier en nu – aan de loop van de geschiedenis - en aan de voortgang van dit reeds 2000 jaar oude Bijbelse verhaal, waar omheen we ons vandaag verzamelen.

 

Misschien biedt het u troost - als u nu alleen thuis zit en naar deze dienst luistert – om te weten dat een groot deel van de 2,3 miljard christenen op deze aarde nu ook met dit Bijbelse verhaal over de intocht van Jezus in Jeruzalem bezig zijn - en dat zij net als wij liederen zingen en bidden dat er een einde mag komen aan deze pandemie - eenieder in de eigen taal.

 

Of misschien troost het u, dat we ons door het licht en de warmte van de brandende kaars, ook over de grenzen van de eigen religie heen, met alle mensen- gelovig of seculier – verbonden kunnen voelen, binnen en buiten de grenzen van Nederland.

 

Mét z’n allen en mét Jezus zijn we op weg naar Pesach, naar Pasen, naar het licht en de bevrijding - door alle angst en wanhoop heen, in de hoop dat het lijden en verdriet om alle mensen die door het Coronavirus of door ander leed getroffen zijn, niet het laatste woord zal hebben – kome wat komt.

 

***

 

Hoe zullen Jezus en zijn vrienden die intocht in Jeruzalem hebben ervaren?

 

Twee jaar geleden zag ik in de stille week voor Pasen de film ‘Maria Magdalena’. Twee vrouwelijke regisseurs schreven het script. Het is gebaseerd op het Evangelie van Maria uit de 2de eeuw.

De film vertelt het Paasverhaal vanuit het perspectief van Maria Magdalena. Zij is de dochter van een visser en kiest ervoor met alle conventies te breken

en haar innerlijke stem te volgen. Ze weigert haar voorbestemde rol als echtgenote en moeder en sluit zich als enige vrouw aan bij de groep mannen, die door het land trekt, om aan mensen het op handen zijnde koninkrijk van God te verkondigen. Zo wordt zij een volgeling van Jezus.

 

De film is een ode aan kwetsbaarheid en compassie. We zien hoe Maria Magdalena onder de vrouwen verkondigt, hen doopt, de zieken verzorgt en hen te drinken geeft. Jezus is geen heldhaftige revolutionair maar wordt als ingetogen wijsheidsleraar verbeeld, die Gods liefde belichaamd als geleefde compassie. Jezus, Maria Magdalena en ook de discipelen zijn mensen van vlees en bloed die door persoonlijke motieven gedreven, met vallen en opstaan, met angst, vreugde en humor, het visioen van het op handen zijnde koninkrijk van God willen laten uitkomen.

 

Als gelovige jood kent Jezus de voorspellingen over de komst en rol van de Messias in de Tenach, het deel van de bijbel dat christenen het Oude Testament noemen.

Vanaf de olijfberg zal hij afdalen naar Jeruzalem en op de rug van een ezelin zijn intocht houden.

 

In de film is de spanning en onrust van dat moment voelbaar. Maria Magdalena komt in beeld, hoe zij als opgejaagd wild, door een korenveld rent, en de andere discipelen mengen zich gespannen onder het volk. Ze zijn er, maar wel op afstand, want dicht bij Jezus zijn is nu levensgevaarlijk – besmettelijk – je zet er je eigen leven mee op het spel.

Jezus moet nu alleen verder op de ingeslagen weg.

Geen heldhaftige koning komt door de poort, geen paard van de machtigen draagt hem op zijn rug de stad Davids binnen, maar een dienstbare ezelin, het lastdier van de armen begeleidt hem op zijn weg naar Pasen.

 

Mij raakte deze scene toen diep. Het was het moment waarop je beseft: nu is er geen weg meer terug – kome wat komt.

 

***

 

Ook in het gedicht ‘Door goede machten’ van Dietrich Bonhoeffer, dat we eerder in deze dienst hoorden, is dit ‘kome-wat-komt-moment’ aanwezig. Geen fatalisme of gevoelens van ‘ik geef het op’ liggen erin besloten, maar een diepgeworteld vertrouwen dat ondanks alle onzekerheid en angst voor wat er komen gaat, uiteindelijk het goede zal overwinnen.

 

Door goede machten trouw en stil omgeven,

behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,

Zo wil ik graag met u, mijn liefsten leven,

En met u ingaan in het nieuwe jaar.

 

Bonhoeffer schreef deze regels tussen Kerst en Oud & Nieuw 1944 in de gevangenis van de Gestapo in Berlijn aan zijn geliefde en zijn ouders. Ook hier voltrekt zich een passieverhaal, waarin ‘als…dan’ scenario’s er niet meer toe doen. Op 9 april, aanstaande donderdag 75 jaar geleden, werd deze jonge Duitse Lutherse predikant en veelbelovende theoloog op bevel van Hitler vermoord - enkele weken voor de capitulatie van Nazi-Duitsland. Het was de wraak voor zijn verzet tegen het Nazi-regime en zijn betrokkenheid bij de mislukte aanslag op Hitler in juli 1944.

 

Net als bij het intochtverhaal van Jezus weet je ook bij Bonhoeffer dat er geen weg terug is. Het verhaal gaat nog door, maar Bonhoeffer weet bij het schrijven van deze regels, dat zijn verblijf in een cel van de Gestapo geen gunstig voorteken is. Niemand mag hem meer in de gevangenis bezoeken. Toch schrijft hij ondanks alle gevoelens van twijfel, angst en eenzaamheid een gedicht waarin warmte, geborgenheid en compassie de boventoon voeren. Ook al mag hij ze niet zien, zijn geliefden zijn steeds nabij. In een brief aan zijn verloofde Maria von Wedemeyer schrijft hij: “… jij, mijn ouders, jullie allemaal, vrienden, studenten, jullie zijn altijd aanwezig voor mij. Jullie gebeden, goede gedachten, Bijbelwoorden, allengs vergeten gesprekken, muziekstukken en boeken krijgen leven en werkelijkheid als nooit tevoren.”

 

Zijn dankbaarheid voor alles wat hij aan liefde van deze ‘goede machten’ ontving en zijn vertrouwen dat God in Jezus Christus zijn heilsbelofte nakomt, maakten het mogelijk, met een haast bovenmenselijke sereniteit dit gedicht te schrijven.

 

Voor veel mensen is het in moeilijke tijden tot een baken van troost en hoop geworden. Niet om in onrecht te berusten, maar om de angst en de wanhoop te verdrijven op momenten, waar geen verzet meer mogelijk is. Voor wanneer ‘overgave’ en ‘verstilling’ ‘das Gebot der Stunde’, het gebod van het uur, is. Dan is de zekerheid van het hart gevraagd, de innerlijke overtuiging dat er altijd ergens een kaars brandt die warmte en licht geeft, een licht dat nooit meer dooft.

 

Dan kun je met Bonhoeffer zeggen:

 

Door goede machten liefderijk geborgen,

verwachten wij getroost wat komen mag,

God is met ons des avonds en des morgens,

is zeker met ons elke nieuwe dag.

 

Amen.

 

Teksten: Matteüs 21:1-11; ‘Door goede machten’ Dietrich Bonhoeffer.

T I J D L I J N

Wij gebruiken cookies op onze web site. Sommigen zijn essentieel voor het correct functioneren van de site, terwijl anderen ons helpen om de site en gebruikerservaring te verbeteren (tracking cookies). U kan zelf kiezen of u deze cookies wil toestaan of niet. Let op dat als u onze cookies weigert mogelijk niet alle functies van de site beschikbaar zijn.