Lezing bij de opening van de website www.interreligieuze-werkplaats.nl op 27 oktober 2006 aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Op 23 augustus 2006 las ik in de NRC een artikel van Paul Scheffer over het belang van een ceremoniële viering bij het verkrijgen van het Nederlandse staatsburgerschap.

Hij beschrijft daarin onder andere de teleurstelling van immigranten die het besluit hadden genomen Nederlander te worden en dan in drie minuten een Nederlands paspoort kregen overhandigd of per brief de mededeling ontvingen dat ze nu Nederlander zijn. Onder hen waren ook de schrijver Fouad Laroui en de jurist Afshin Ellian. Hun desillusie is herkenbaar.

Ik weet nog goed dat ik drie jaar geleden bij de balie van de naturalisatiedienst in Amsterdam stond en al mijn papieren aan een mevrouw overhandigde om het Nederlanderschap aan te vragen. Zij wierp een blik op mijn papieren, keek mij een beetje meewarig aan en sprak toen met een zwaar Duits accent de voor mij gedenkwaardige woorden: ‘Hebt u dan geen Nederlander achter de hand met wie u kunt trouwen, dan kunt u tenminste Duitse blijven en hebt u ook nog een Nederlands paspoort.’ Ze had met mij te doen, toen bleek dat ik niet in die gelukkige omstandigheid verkeerde en haar gesuggereerde oplossing er helaas niet in zat. ‘Ik heb er echt wel goed over nagedacht’, probeerde ik haar gerust te stellen. Maar toen ik weer buiten stond, twijfelde ik aan mijn eigen woorden. Het was toch een vreemd gevoel. Ik had zojuist afstand gedaan van mijn Duitse identiteit – nu lijkt sommige mensen dat misschien wel een zegen, maar mij bekroop plotseling een eenzaam gevoel, dat opnieuw werd aangewakkerd, toen ik uiteindelijk een tamelijk korte brief kreeg, waarin stond, dat ik ‘bij koninklijk besluit’  – dat dan weer wel –  Nederlander ben geworden. Klaar. Punt uit.

Een aangekleed ritueel erom heen zou inderdaad niet gek zijn, vooral als hiermee de hoop is verbonden, zoals Scheffer in zijn artikel schreef, dat de nieuwe burgers zichzelf daardoor niet meer zien als buitenstaanders, maar als vormgevers van de samenleving en dat zij een belangrijke plaats innemen in het geheel. Zo’n uitgebreidere ceremonie, meende Scheffer, zou tegelijk ook duidelijk maken dat er ruimte geschapen moet worden voor migranten om te laten zien dat zij een volwaardig deel van de samenleving zijn. Scheffer schrijft:

“De nieuwkomers moeten zich inspannen om zich een plaats te verwerven, net zoals de samenleving zich verder moet ontwikkelen om de instemming van nieuwkomers te verdienen. Zo zien we dat de komst van migranten een unieke mogelijkheid tot zelfbespiegeling en zelfverbetering biedt.”

Als dit betekent: We zijn ‘voorbij het multiculturele drama’ en gaan op zoek  hoe we samen ‘het goede leven voor allen’ in Nederland kunnen vormgeven, gebaseerd op het principe van gelijkheid, - gelijke behandeling: gelijke monniken, gelijke kappen, zoals Scheffer het noemt - ben ik het hier helemaal mee eens. Wij zijn toe aan een constructieve benadering van het migratie- en integratievraagstuk en daar hoort een ideaal, een visioen voor de toekomst bij.

Alleen – nu nog even graag een antwoord op de vraag hoe dat te realiseren valt. De werkelijkheid blijkt altijd weerbarstiger dan je hoopt. Met het oog op het thema ‘De toekomst van interreligieus Nederland’ wil ik op het geschetste ideaal van Scheffer voortborduren en enkele punten noemen die de interreligieuze communicatie betreffen en volgens mij voor de toekomst van interreligieus Nederland belangrijk zijn. 

Interreligieuze communicatie begint met ontmoeting, met een relatie die je opbouwt met mensen uit andere religieuze tradities. Daarom vind ik het idee zeer geslaagd een agenda op interreligieuze-werkplaats.nl  bij te houden, waar alle interreligieuze activiteiten in Nederland worden genoemd. Ik ben zeer benieuwd hoeveel mensen via deze agenda betrokken raken bij interreligieuze ontmoetingen. Wat mij betreft staat het bevorderen van het directe contact tussen mensen van verschillende religies hoog op de agenda van de toekomst.

Kennis

Als die ontmoeting dan tot stand komt, zijn basisregels in de omgang met elkaar noodzakelijk. Hiermee zeg ik niets nieuws, daar is vanuit de praktijk op veel plaatsen al uitgebreid aan gewerkt. Men is het erover eens dat je respectvol met elkaar moet omgaan. Maar respectvol met elkaar omgaan betekent niet alleen fatsoenlijk gedrag.

Het betekent ook kennis verwerven over de op dat moment onbekende religies om karikaturen en vooroordelen te kunnen onderscheiden van feiten. Om zelf te zien dat ‘de’ islam en ‘het’ christendom niet bestaan, maar dat in alle religies een verscheidenheid aan stromingen aanwezig is, die ook nog weer samenhangt met de cultuur, waarin de desbetreffende religie zich heeft ontwikkeld.

Deze kennis en een poging wagen om met de ogen van die ander naar hun religie en ook naar de eigen religie te kijken, zal zijn vruchten afwerpen in de interreligieuze communicatie, omdat je dan generaliserende, vaak op sensatie beluste uitspraken als: ‘de’ islam radicaliseert, zelf als onzinnig kunt ontmaskeren. Kennis is een betere raadgever dan angst voor het onbekende. Daarom stel ik stel voor dat de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap nu de opdracht geeft een canon van de geschiedenis van migranten, die in Nederland leven, samen te stellen om ook die kennis op scholen te bevorderen. Op deze manier wordt aan alle hier opgroeiende kinderen van meet af aan het gevoel gegeven een volwaardige plaats in onze samenleving in te nemen.

En uiteraard gaat het dan ook om kennis van de culturele en religieuze gebruiken, de rituelen, de feesten, de dagelijkse religieuze bezigheden. Goede toegankelijke informatie over de verschillende religies is noodzakelijk en de website, die wij hier vandaag samen feestelijk openen, heeft daar al een goed begin mee gemaakt.

Verwondering

Naast het verwerven van kennis heeft ‘respect’ voor mij ook te maken met de houding waarmee je de ander tegemoet treedt. Niet het ‘recht op beledigen’, dat Ayaan Hirsi Ali laatst nog in een vurig betoog opeiste, is volgens mij richtinggevend, maar de kunst van de empathie – het zich leren verplaatsen in een ander – en van de verwondering:

Verwondering is de oergrond van de hermeneutiek. Wie zich laat verwonderen, stelt zich open voor het andere - voor iets of iemand, die niet hetzelfde is als ik. Maar zijn wij er wel toe bereid de ander in zijn andersheid te aanvaarden? Sterker nog, willen wij de ander überhaupt als uitdaging, als verrijking zien, of zoals Paul Scheffer het in zijn artikel zegt: als een ‘mogelijkheid tot zelfbespiegeling en zelfverbetering’? Een grote mate aan zelfreflectie en zelfkritiek is daarvoor nodig. Ben je bereid door die ander je rust te laten verstoren? Ben je bereid je eigen verhaal te laten onderbreken door die ander die niet hetzelfde denkt en voelt als jij? Kortom: Wil je überhaupt die confrontatie met de verschillen aangaan, waardoor je denken en doen mogelijk in verwarring wordt gebracht? Het antwoord op deze vragen is volgens mij beslissend voor de omgang met de ander, de vreemde, de migrant, want juist daar, midden in de crisis van vermeende zekerheden, ontstaat de mogelijkheid voor trans-cendere, voor het overschrijden van grenzen, die aan de eigen beperkte blik gesteld zijn. Het betekent: Je gaat verbintenissen aan, waarin paradoxaal genoeg juist het verschil de samenbindende factor is, want zoals Connie Palmen zo treffend in haar boek ‘De vriendschap’ zegt: ‘geen verschil kunnen maken leidt tot onverschilligheid’.

Opaciteit

Mijn pleidooi de opaciteit, de ondoorzichtigheid, van de ander te aanvaarden, impliceert een zelfkritiek op het verlichtingsdenken, daar waar het alles en iedereen met behulp van de rede meent transparant, doorzichtig, te moeten maken. De ander mag niet de ander blijven; hij of zij wordt mijn alter-ego, een afgeleide van mezelf, van mijn eigen ik. De franse filosoof Emmanuel Levinas heeft deze manier van kennen “Egologie” genoemd, en dit ‘primaat van hetzelfde’ vurig bestreden. Ook een andere joodse geleerde Martin Buber pleit voor het bewaren van het verschil tussen het ik en het jij. Hij spreekt van het ‘rijk van het tussen’, waarin het jij en het ik elkaar kunnen ontmoeten en waar volgens hem de mens door het jij tot het ik wordt. Met andere woorden: de interreligieuze ontmoeting heeft een ‘tussenruimte’ nodig waarin elke deelnemer door de confrontatie met het verschil van de ander de kans krijgt de eigen religieuze en culturele grenzen te overschrijden en ver-ander-d uit de ontmoeting ter voorschijn kan komen.  

Religieuze identiteit

Als niet de bevestiging van hetzelfde, maar de verandering het doel is van de interreligieuze ontmoeting, heeft dat ingrijpende consequenties voor de opvatting van religieuze identiteit. Op dit moment is het bijna common sense dat je met een ‘sterke’ religieuze identiteit de interreligieuze dialoog moet ingaan. Alleen zo heb je elkaar iets te bieden, meent men. Ik twijfel aan het succes van dit uitgangspunt. Integendeel, ik denk dat het negatieve imago dat inmiddels aan het woord ‘ínterreligieuze dialoog’ kleeft mede aan dit uitgangspunt te wijten is. Er verandert namelijk weinig, omdat een ‘sterke’ religieuze identiteit willen hebben ook betekent dat je die moet verdedigen, dat je ze niet los kunt laten, want wie ben je dan nog en wat stelt je godsdienst dan nog voor? Verandering betekent in dit model alles kwijtraken – en dat is bedreigend.

Wat mij betreft moet het idee van een sterke en vastomlijnde identiteit in de interreligieuze dialoog of - communicatie door een zwak en vloeiend identiteitsconcept worden vervangen. Ik ben me ervan bewust dat deze opvatting  op dit moment niet erg populair is, want op alle gebieden van de samenleving is men driftig op zoek naar het versterken van de eigen identiteit. Zo moet er een canon van de vaderlandse geschiedenis worden opgesteld, want alleen zo meent men andere levensovertuigingen en -beschouwingen het hoofd te kunnen bieden en een weg te vinden in de jungle van culturele en religieuze diversiteit. Ook katholiek en protestants Nederland trekt zich terug op eigen erf en bezint zich weer op haar katholieke of protestantse identiteit. Oecumene, wat was dat ook weer? Men is gericht op het verleden en zoekt in deze onzekere tijden naar houvast, naar stevige fundamenten. Begrijpelijk wellicht, maar willen we de religieuze toekomst van Nederland werkelijk aan de orthodoxie overlaten?

Veelvoud

Het wordt tijd in te zien dat de oude culturele en religieuze kaart van Europa al lang bij het oud papier ligt. Het cultuurconcept van de moderniteit uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw, waarin de eigenheid en eenheid van volkeren werd benadrukt, en het daarmee samenhangende gevoel van verbondenheid, hebben in het tijdperk van de globalisering moeten plaatsmaken voor culturele en religieuze verscheidenheid. Het eenheidsdenken werkt niet meer en dat betekent een ingrijpende verandering in onze denkstructuur: we moeten leren denken in veelvoud. Ook wat het omgaan met religies betreft.

Er is een diversiteit aan geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen en er zijn nu al mensen die zich met meer dan één religieuze traditie verbonden voelen. In de theologie wordt dit fenomeen met de term “multiple religious belonging” aangeduid, een verschijnsel dat in oosterse religies al veel langer bekend is, en in Europa alleen maar zal toenemen. Ook de godsdienstsocioloog Hijme Stoffels verwacht dat mensen in de toekomst dwars door bestaande religies heen geloven. Hij voorspelt dat in 2050 de meeste Nederlanders zich helemaal thuis voelen bij ‘religie light’. Misschien zal er dan niet meer sprake zijn van interreligieus, maar van transreligieus Nederland. Wie weet?

Religieuze flexibiliteit

Ik denk dat het bevorderen van het ‘denken in veelvoud’ en van ‘bewegelijke identiteiten’ het visioen van een samenleving die het ‘goede leven voor allen’ op het oog heeft iets dichterbij kan brengen. Daarom lanceert het Dominicaans Studiecentrum in samenwerking met Zinweb in januari 2007 een nieuwe multimediale website over ‘religieuze flexibiliteit’: www.reliflex.nl  Er worden docu-portretten van mensen uit verschillende religieuze tradities uitgezonden en er is achtergrondinformatie beschikbaar over thema’s die in de portretten aan bod komen – zoals fundamentalisme, interreligieuze relaties, man-vrouw verhouding, geloofsopvoeding van kinderen, etc. Ook is er wetenschappelijke reflectie op deze actuele vragen over religie en zingeving te vinden – en de bezoeker kan meediscussiëren. Op deze manier hopen wij  – in nauwe samenwerking met interreligieuze-werkplaats.nl – een constructieve en tot discussie uitdagende bijdrage aan de toekomst van interreligieus Nederland te leveren. 

primi sui motori con e-max

Contact

DSTS / Project W!J
Nieuwe Herengracht 18
1018 DP Amsterdam

Secretariaat:
mw Heleen Ransijn:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)20-6235 721